In onze superaangepaste maatschappij hebben we van onze opvoeders reeds vroeg geleerd dat gevoelens taboe zijn. We hebben verleerd om het risico te nemen om gevoelens te tonen omdat we denken dat het uiten van emoties roet in het eten gooit bij onze oppervlakkige communicatie. We willen het liefst gelukkige mensen rondom ons zien en spelen zelf de rol mee van emotieloos wezen zodat we door onszelf of door de anderen niet te veel in beroering gebracht kunnen worden. Emoties maken ons onwennig en we voelen ons arm aan mogelijkheden om er mee om te gaan. Als we al iets zouden voelen en de druk even van de ketel moet, spelen de taferelen zich nog het best binnenshuis af zodat de buren in de waan kunnen blijven dat ze naast een vredig gezin wonen.
Maar emoties horen bij leven. Ze dienen zich ongevraagd aan of we ze nu veroordelen of niet. Onze wil is niet krachtig genoeg om gevoelens helemaal te laten verdwijnen. Een schuld- of schaamtegevoel kan naar de achtergrond verbannen worden, maar gaat, opgesloten in onze verkrampte spieren, toch overal met ons mee. Onze gevoelens hebben een rationele basis die in ons verleden thuishoort maar die ons hier en nu blijven verhinderen om op een volwassen manier te reageren. Meestal maken we onderscheid tussen positieve en negatieve emoties. Gevoelens van ontroering, lachen en dankbaarheid ervaren we als goede emoties. Jaloezie, irritatie, droefheid, angst en woede worden als storend en vervelend bestempeld. Onderdrukken we de niet welkome emoties en wordt er geen expressie aan gegeven, dan zetten ze zich vast in onze spieren, die zich gaan verkrampen en een pantser vormen.
Hoe meer we geblokkeerd zijn, hoe kleiner de kans is dat we ons ware zelf durven te tonen. Ook onze verrijkende gevoelens zoals liefde en zachtheid worden de kop ingedrukt. Onze kwaliteit van leven vermindert. Daarnaast is het mogelijk dat de emoties die zich in ons lichaam vastgezet hebben, op lange termijn gaan evolueren naar één of ander ziektesymptoom. Een pantser beperkt niet alleen onze lichamelijke beweging maar ook onze belevingsmogelijkheden. Een doel van lichaamswerk is om ons bewust te maken van deze pantsering, opdat onze vitale lichaamsenergie kan bevrijd worden. Het kan zijn dat we in onze jeugd herhaaldelijk slaag kregen van onze ouders. Als afhankelijk kind konden we het ons toen niet veroorloven om terug te slaan. Maar het gevoel om op onze ouders terug te willen meppen is nog ergens in ons systeem opgeslagen.
Het gaat hier om een onbewuste, stuwende energie die zich nog steeds probeert te bevrijden. Om te voorkomen dat we die oude pijn weer zouden gaan voelen, creëren we een bepaalde, onbewuste manier van handelen waarbij we niet voluit durven leven.
Bij lichaamswerk
is het belangrijk om die ingehouden beweging van een opgekropte emotie af te maken. Voluit ademen is een belangrijke opstap naar het contact maken met onze oude pijn. Bij het doorbreken van ons oppervlakkig adempatroon komt er meer zuurstof, meer leven in ons lichaam. Er wordt elektriciteit (bio-energie) opgewekt. Ons lichaam gaat vibreren. Onbewuste ervaringen en herinneringen komen in ons bewustzijn. De opgeslagen energie komt in beweging, meestal in de vorm van het voelen van angst, woede of verdriet om een gemis. Wat vanuit onze onbewuste kelder naar boven komt is niet altijd met ons rationeel verstand te vatten. Maar het lichaam liegt niet.
Het is belangrijk om alle gevoelens en gedachten toe te laten omdat het allemaal krachtige energiedragers zijn die onze houding, gedrag en uitstraling bepalen. We kunnen onze gevoelens gaan verkennen. We leren om ze te benoemen, we ontdekken in welke vorm ze zich bij ons aandienen, hoe ze zich naar buiten willen bewegen. We leren het subtiele onderscheid kennen tussen verschillende soorten gevoelens. Door ze te uiten en ze te herkennen als deel van onszelf geven we ze de nodige ruimte. hierdoor groeien we in het omgaan met onze gevoelens. Naast onderdrukken of dramatiseren krijgen we de keuze om ze te observeren. We kunnen er dan voor kiezen om zonder oordeel getuige te zijn van al wat er zich in en rondom ons beweegt. Verder leren we het onderscheid kennen tussen macht en kracht en ontdekken dat kracht en kwetsbaarheid samen kunnen gaan.
We leren om de rijkdom te ervaren van wat onze emoties ons bieden. Boosheid geeft onze grenzen aan, angst geeft onderscheidingsvermogen en beschermt ons tegen gevaar. Verdriet geeft ons de kans om te rouwen zodat we het verleden achter ons kunnen laten. Zo krijgen tranen een zuiverende en bevrijdende functie. Het ontdekken van onze stem kan een hele openbaring betekenen. We kunnen ons verbazen omtrent het feit dat er ook primitieve geluiden uit ons keelgat komen. We leren spelen en experimenteren met klank en geluid en voelen wat dat in ons lichaam teweegbrengt. Ook bij het naar buiten brengen van woede speelt de stem een belangrijke rol als aanvulling van de fysieke expressie. Hierbij wil ik graag even onderscheid maken tussen boosheid en agressie.
Bij boosheid ervaren we een gevoel van verontwaardiging over datgene wat ons, in onze beleving, onterecht wordt aangedaan. In het uiten van onze boosheid geven we onze grenzen aan. Boosheid is een reflectieve beweging, een reactie op. We kunnen afwegen of we al of niet uiting willen geven aan onze kwaadheid. Het uiten ervan betekent niet dat de verbinding met de ander verbroken wordt. Lang opgekropte boosheid kan overgaan in wrok. Bij agressie overschrijden we de grenzen van de ander. Doordat het reflexmatig gebeurt hebben we er geen controle meer over. De emotie gaat met ons op de loop. De basis van agressie is angst en creëert nog meer angst. Zij uit zich in een vecht of- vluchtreactie. We gaan de anderen bewust lichamelijke, emotionele of materiële schade berokken of we vluchten weg in passieve agressie zoals terughoudendheid, het negeren of kleineren van anderen.
Agressie is altijd de aanzet tot nog meer agressie en weerwraak. Alle verbinding wordt verbroken. Gevoelens zijn niet goed of slecht. Ze hebben juist een natuurlijke opruimfunctie voor datgene wat ons in de weg staat om volop te leven. Ze vormen de brandstof om in ons emotioneel onderhoud te voorzien. Ze kleuren ons leven en onze relaties. Want het zijn niet de gevoelens die ons het leven moeilijk maken, maar onze weerstand tegen het voelen van die gevoelens.
Zo is de angst voor de angst dikwijls veel groter dan de angst zelf. Maar het mooie van gevoelens is nu net dat ze nooit constant zijn en elk moment veranderen. Zo heeft het wijzigen van de ademhaling al een onmiddellijke weerslag op de aard van het gevoel. Ook nadat we er op één of andere manier uitdrukking aan hebben gegeven, is de emotie niet meer dezelfde. Enkel het herkennen en benoemen van een emotie kan soms al voldoende zijn om te ontspannen in het moment zodat we weer vrijuit kunnen ademen. Als we de dagelijkse realiteit van onze emoties onder ogen zien, leren we dat we niet meer bang hoeven te zijn om van iemand te houden.