|
|
Waarom therapie?
Wij gaan uit van het feit dat elk mens een diep aangeboren verlangen heeft om helemaal zichzelf te kunnen en te mogen zijn. Ieder van ons koestert de ultieme wens om uitdrukking te geven aan zijn creatieve vermogens. Ook als alles in het leven naar wens lijkt te verlopen, kunnen we toch een onvoldaan gevoel blijven houden. Diep in ons weten we dat er meer moet zijn.
Het is een universele, innerlijke drang naar heelheid die ons in beweging brengt. Maar meestal hebben we reeds vroeg geleerd om in het gareel te lopen en om onze natuurlijke impulsen te negeren. We vergeten dat niet alleen ons handelen maar ook ons denken en voelen samenhangen met ons lichaam. We lachen onze verlegenheid, onze angst of onze boosheid weg en merken daardoor niet wat een waaier aan informatie vanuit ons lichaam aan ons voorbij gaat. Het jarenlange ontkennen van de rijkdom van wat ons lichaam ons te vertellen heeft, maakt dat we ons lichaam degraderen tot een robotachtig apparaat.
De kunstmatig geschapen kloof tussen denken en voelen vergroot de afstand tussen lichaam, geest en ziel. Soms wordt het voelen zelfs helemaal uit onze waarneming verbannen. De signalen afkomstig van ons lichaam en van onze ervaringen bereiken ons dashboard niet meer. We worden niet meer gewaarschuwd wanneer de handrem op onze emoties staat De maalstroom van het leven neemt ons op sleeptouw. De rek gaat uit ons lijf en uit ons leven. Allerlei ongemakken en fysieke klachten kunnen de kop opsteken en er ons opmerkzaam op maken dat er iets loos is in de manier waarop we leven.
Dikwijls is het echter moeilijk om onder ogen te zien hoe we zelf het lijden in stand houden en zien we geen mogelijkheid om afstand te doen van onze ingebakken reacties en patronen. Zoals bij de ingeslepen groeven in een grammofoonplaat, herhalen we in ons volwassen leven de patronen die we ons tijdens onze jeugdjaren eigen maakten. We spelen nog steeds de rol die we ooit in het ouderlijk gezin op ons namen. Zo hebben we de bril waardoor we naar het leven kijken, zelf ingekleurd en roept ons gedrag steeds opnieuw een zelfde werkelijkheid op.
We identificeren ons met onze problemen. Onzekerheid en onvrede jagen de innerlijke dialoog op hol. We merken niet dat we met onszelf omgaan op een manier zoals we nooit iemand anders zouden behandelen. We maken ons lijden door allerlei onbewuste processen dan ook vaak groot en complex. Als we tegen de grenzen aanlopen van onze flexibiliteit in het omgaan met pijn en lijden, kan een krampachtig overeind gehouden evenwicht verstoord geraken. Als onze afweermechanismen het bijna helemaal hebben begeven, komen we bij de werkelijke vragen van het leven: wie ben ik, wat kom ik hier op aarde doen, waar ga ik naar toe? Er treedt een besef op van de grote afstand tussen het leven dat we leiden en het leven dat we voor onszelf uitdenken.
Maar soms is frustratie nodig om te leren. Tijdens elk crisismoment in ons leven zijn we extra kwetsbaar maar tegelijkertijd is er een verhoogde kiemkracht tot groei aanwezig. Het verlangen naar enige vorm van therapie kan zich dan voordoen. Zo ontstaat uit lijden vaak de eerste stap naar nieuwsgierigheid, naar alles wat er zich in en rondom ons afspeelt. |