Door therapie
komt alles op losse schroeven te staan. Dikwijls krijgen we het gevoel dat we er op achteruit gaan in plaats van vooruit. Het is beangstigend om oude pijn te laten bovendrijven en om nieuwe gevoelens te ervaren. Uit angst dat er ons een ramp te wachten staat, durven we niet te handelen. Het onbekende kan pas langzaam vorm in ons aannemen, waardoor de kans groot is dat we tijdelijk in een niemandsland terechtkomen. We voelen ons niet meer thuis bij datgene wat we gewend waren.Onze oude hulpmiddelen waardoor we probeerden om het leven toch door een roze bril te bekijken, werken niet meer. Het nieuwe is nog te ver af om het ons te kunnen toe-eigenen.
De pijn van nu lijkt nog erger dan die van vroeger, toen we nog niet zo gevoelig waren. Als de nodige veiligheid niet aanwezig is bestaat de kans dat we in paniek geraken, zodat we ons nog meer in onszelf terugtrekken. We worden angstig, waardoor we onze stem en ons hart nog meer afsluiten. We stoppen met de therapie omdat het te bedreigend wordt. Een andere reden van weerstand tegen verandering die we kunnen tegenkomen heeft te maken met het feit dat we ons soms helemaal geïdentificeerd hebben met het probleem zoals bijvoorbeeld met ziekte. Alle tijd en energie gaat er naar toe. We hebben verschillende contacten met mensen die rechtstreeks het gevolg zijn van het probleem. Ons leven hangt aan elkaar met de lijm van de moeilijkheden.
Als we de oorzaak van het probleem aanpakken, verandert er ook iets in de manier van relateren. We moeten uit onze (slachtoffer)rol stappen. We ervaren een leegte waar nog geen opvulling voorhanden is. Omdat we bang zijn om in dat onbekende gat te vallen, kunnen we er onbewust voor kiezen om alles bij het oude te laten, om te blijven 'genieten' van al het positieve dat onze klachten ons opleveren. We kiezen dan voor de “ziektewinst†in plaats van voor verandering. Zo blijven we onze wentelen in onze oude pijn en koesteren onze littekens als verborgen schatten. Ons gedrag kan het bereiken van onze doelen verhinderen, maar kan tegelijkertijd de functie hebben om aan andere onbewuste behoeften te voldoen.
We hebben dan tegengestelde motieven die elkaar tegenwerken. Zo kan iemand bijvoorbeeld hevig verlangen naar een volwassen relatie, maar lukt het hem niet, omdat hij vanuit zijn kindbehoeften alleen maar gekoesterd wil worden. Pas als hij inzicht krijgt in zijn groeivertragend gedrag, kan hij zich realiseren wat hij echt wil. Externe weerstand wordt bepaald door de confrontatie met onze omgeving. We leven in een bepaald systeem, in een bepaald familieverband, een bepaalde werkomgeving. We zijn constant in interactie met de mensen om ons heen. Ook als we schijnbaar niets doen, oefenen we toch invloed uit op anderen. Elke individuele ontwikkeling heeft dan ook zijn weerslag buiten ons. Mensen kijken raar op als we anders reageren. Ze zijn bang dat de bestaande situatie uit balans geraakt: liever het moeilijke bekende dan het nieuwe onbekende.
Daarom heeft elke beweging als tegenreactie een zoeken naar herstel van het oude evenwicht. Een beweging kan een aanzet zijn tot weerstand. Maar ook die weerstand kan op zijn beurt een impuls geven voor een tegenbeweging die leidt naar verandering. Belangrijk is dat we onze weerstand willen onderzoeken. Dat we op het moment waarop we ernaar verlangen om alles weer bij het oude te laten, ons afvragen wat we zo moeilijk vinden aan die weerstand en of we het patroon van opgeven herkennen. Het is noodzakelijk dat we bereid zijn om te kijken naar de onbewuste energie van onze verdedigingsmechanismen.
Door de aard van onze weerstand te ontleden, en het gefantaseerde gevaar te benoemen, komen we ook in contact met onze echte behoeften. Door ons niet te verzetten tegen onze weerstand kan ze als kracht aangewend worden om samen te werken met onze doelgerichtheid. Als we bereid zijn om de interne en externe weerstanden als uitdaging te zien en de moed opbrengen om ze als bron van vooruitgang te beschouwen, scheppen we voor onszelf een waaier aan nieuwe mogelijkheden.